Dronken Tranen
Ze zit te wachten op de bank totdat ze door het leven wordt omarmd
Totdat ze bij haar kladden wordt gegrepen door een klootzak op een vaal wit paard
Intussen drinkt ze maar haar wijn – het vluchten doet haar geen pijn
De jaren sijpelen door het vergiet en ze huilt: vergeet mij niet
Er is al uren niets gezegd, de eerste kurk plopt weer van de fles
en al snel vallen haar eerste woorden neer; stamelend stotterend stroef zeer
En de avond valt, de roes die stijgt en haar woorden doen allang niet meer pijn
Ze zwelgt nu in melancholie, maar dronken tranen troosten niet
De botten in haar lijf, ze rammelen als een ontstemde xylofoon
Het kleine beetje eten slikt ze met grote moeite door
Het teer plakt aan haar longen de rook verdroogd haar huid
Nooit genoeg problemen, zolang je ze maar verzuipt
Waar blijft nou die klootzak op zijn vaal wit paard?
Hoelang moet ik hier nog wachten ben ik hem wel waard?
De jaren sijpelen door het vergiet, het is de onmacht die jou verried
Maar dronken tranen troosten niet
André van den Boogaart – zang, gitaar
Jan van Bijnen – banjo, mandoline, 2 e stem
Joost Verbraak – trompet, trombone
Joris Verbogt - contrabas
Yori Olijslagers – drums

De Drank
Er staat een winkelwagentje in mijnhuiskamer
een wielerfiets tegen de stoof
overal gitaren en versterkers
ik heb weer pijn in mijn hoofd
De drank heeft me lief gehad vannacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
ze streelde mijn ziel, haar lippen voelde zacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
Een leeg kratje Beerze bier en dertig Jezussen aan het kruis
De aanrecht vol met rotzooi, het gasstel vies en vuil
en de plaats staat vol met onkruid en de verf bladdert af
Alle vrouwen in mijn leven ze zullen dansen op mijn graf
De drank heeft me lief gehad vannacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
ze streelde mijn ziel, haar lippen voelde zacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad

Teder kust ze mijn lippen
gulzig verovert ze mijn hart
en al kan ze me zo nu en dan verstikken:
beter iets dan nooit lief te hebben gehad
De drank heeft me lief gehad vannacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
ze streelde mijn ziel, haar lippen voelde zacht
de drank heeft me vannacht weer liefgehad
André van den Boogaart – zang, akoestische gitaar, dronkemanskoor
Jan van Bijnen – pedalsteel
Joost Verbraak - trompet
Joris Verbogt - contrabas
Yori Olijslagers – drums, dronkemanskoor
Rob Geboers - Wurlitzer
Mattanja Joy Bradley, Judith Couwenberg - dronkemanskoor

Brandend land
Ik ben van ver gekomen
vanuit het land waarin ik leef
Ik heb angsten overwonnen
spijt van de dingen die ik deed
Ik moet blijven geloven
maar zelfs het dromen doet me zeer
De oordelen die ik velde: ik heb ze allemaal herzien
De wereld werd steeds mooier
maar nu geloof ik er niet meer in
Maar ik moet blijven geloven,
maar zelfs het dromen doet me zeer.
Brandend land, ik geloof niet meer in jou
Brandend land, waar sta ik en waar sta jij?
Brandend land, ben je vergeten wie je was?
Brandend land, laat me niet alleen
Ik geloofde dat
ik had vertrouwen in
Alles lijkt te zijn verloren
heeft er iemand nu zijn zin?
Maar ik moet blijven geloven,
maar zelfs het dromen doet me zeer
Je kon toch bruggen bouwen, of ben je dat verleerd?
Ooit voelde ik met Nederlander
maar nu voelt het zo verkeerd
Brandend land, ik geloof niet meer in jou

Brandend land, waar sta ik en waar sta jij?
Brandend land, ben je vergeten wie je was?
Brandend land, laat me niet alleen
André van den Boogaart – zang, gitaar
Jan van Bijnen - dobro
Joost Verbraak – trompet, hoorn, trombone
Joris Verbogt - contrabas
Yori Olijslagers - drums
Rob Geboers – hammond

Kruiswegerotiek
Jezus wordt ter dood veroordeeld, zij raakt mijn arm aan
Het kruis hangt op zijn schouders en ik, ik krijg het warm
Hij struikelt voor de eerste keer, ik voel me week en zacht
Maria staat te kijken hoe haar Zoon voor de laatste keer naar haar lacht
Simon helpt het kruis te dragen, godverdomme, wat weegt het zwaar
Ze kijkt me gulzig aan miljaardedju ik verlang naar haar
Veronica droogt zijn gezicht vlak voordat hij weer valt
De lust speelt een vurig spel, ik hoop dat dit niet wordt vergald
Kruiswegerotiek laat maar zitten God vergeef mij niet
Kruiswegerotiek het vagevuur bevalt mij niets
God ontferm u over mij, voordat ik mezelf vergrijp
Jezus wordt aan het kruis genageld mijn kruis staat bol en stijf
Jezus ligt te wachten tot de verrijzenis; zij wacht al met haar benen wijd
‘Ik ontvang je vlekken,’ dat is wat ze zei
De bloemen en de vazen vliegen alle kanten uit
Barmhartig neergezet door het gelovig gespuis
Mijn pik begint te trillen en explodeert in haar schoot
De pastoor die mij betrapte, aldaar, omdat ik het graf bezoedelde, ja echt waar
Minstens 500.000 keer het wees-gegroet- maria moest bidden

gebed

Kruiswegerotiek, laat maar zitten, God vergeef mij niet
Kruiswegerotiek, het vagevuur bevalt mij niets
André van den Boogaart – zang, gitaar
Jan van Bijnen - pedalsteel
Joost Verbraak – trompet
Joris Verbogt - contrabas
Yori Olijslagers - drums
Rob Geboers – hammond, accordeon

Kant b

Op de terugweg van nergens
Op de terugweg van nergens bestaat er geen waarnaartoe
Geen weg die je zal leiden en alleen van niets is er meer dan genoeg
Op de terugweg van nergens, waar de sneeuw nooit verdwijnt voor de zon
Waar mijn hart versplintert en verpulverd te graai ligt voor de wolven aan de horizon
Op de terugweg van nergens, waar de zonnebloemen zwart en grijs
met hun zaden hard als kiezelkeien staan te rotten in de eeuwigheid
Op de terugweg van nergens bestaat er geen achter geen voor
geen links geen rechts geen boven geen onder
dus waar verstop ik me nou nog voor
Op de terugweg van nergens is alles een groot spel
Slechts een vrouw hoorde mijn hart ooit kloppen voor wat warmte in de hel
Op de terugweg van nergens bestaat er geen waarnaartoe
Geen weg die je zal leiden en alleen van niets is er meer dan genoeg
André van den Boogaart – zang, gitaar
Jan van Bijnen – pedalsteel, banjo
Joost Verbraak – trompet, trombone
Joris Verbogt - contrabas
Yori Olijslagers - drums

Het Gooi van het Zuiden
Een meisje fiets voorbij op haar e-bike, ze is veertig jaar en een Prius zweeft zacht door de dertig-
kilometerzone. Zestigduizend vierkante meter en