De wolken breken open en de kraaien dalen neer
Hun vleugels worden handen en ze brullen als een beer
En de paarden eten couscous en ze zingen nog een lied
Eentje heeft er tieten en slaat daarmee de boeken dicht

Ik spring zo’n veertig meter, maar niemand mag het zien
Ik ben al daar ik ben al waar en ik lig weer onder 
bovendien
De flat die staat in hens de mensen dansen van paniek
Okapi’s in galop zingen ̒Altijd is Kortjakje ziek̓

Het is een mooie dag, een mooie dag 
een mooie, mooie dag
een mooie dag, een mooie dag, een mooie, mooie dag
‘Dag mevrouw en dag mijnheer!’

Mijn voeten landen op de stoep, er vallen bommen uit 
mijn zool
Een vloedgolf van chicken wings en nijlpaarden in het riool
Het perspectief speelt tikkertje met de wanen uit mijn 
hoofd
Mijn geknipte kalknagels vallen; alle bamboeratten dood

Een trein die raast voorbij het spoor knalt uit elkaar en 
fragmenteert
Een hondje kwispelt listig terwijl het lichaamsdelen 
apporteert
Boze boeven vangen met een knuppelgordeldier
Ik steek de draak nog met draken en de draken lusten 
bier

Ik streel mijn hoofd oneindig lang de pijlen dik als 
schipperstouw
Mijn hart klopt op de deur van een bloedgeil en beeldschone 
vrouw
Ik klim van haar tot haar tot aan haar kut en kruip dan 
binnen in
De vleermuizen spugen slijmend vuur deel mij maar bij de 
onzin in, deel mij maar bij de onzin in, deel mij maar bij de onzin in


Het is een mooie dag, een mooie dag 
een mooie, mooie dag
een mooie dag, een mooie dag, een mooie mooie dag
‘Dag mevrouw en dag mijnheer!’