Aangeslagen door de straten de huizen bewegen en de mensen stil
De waas verblindt wie ik wou zijn en de geur van angst die laat me kil
De hoop ligt afgemat in mijn schoenen, verlamd, verdoofd, in afgesleten leer
Wn ik brul en spuug op gebalde vuisten , mijn gedachtes en de lucht zien weer zwart als teer

Ik sla mijn pikkel in de kieren, de verloren berg beklim ik alleen
Ik drink het stof en eet fossielen die eeuwenoud en versteend
Lagen te wachten op messias op de heilige speer maar tevergeefs
De rivier stroomt nooit meer hetzelfde en de jaargetijden weten het ook niet meer

Met de Duivel op mijn hielen, mijn kuiten bloedend en mijn tanden bloot
Tergend de dolende zielen, de top van mijn puinhoop is duizelingwekkend hoog

Toch omarm ik jou mijn liefste, het is toch nu of nooit te laat
En Ik kan me niet beheersen, ik ben de opper-onverlaat
Zal ik scherend over aarde, of badend in het vuur
Je naam van daken schreeuwen of verzwijgen tot in mijn laatste uur

Met de Duivel op mijn hielen, mijn kuiten bloedend en mijn tanden bloot
Tergend de dolende zielen, de top van mijn puinhoop is duizelingwekkend hoog.