Dag Lucifer, dag Duivel, ik twijfel over jouw bestaan,
maar als het toch zo is, steek dan de kachel alvast maar aan,
Mijn zondes zijn dynamisch triomfantelijk en kogelvrij
Dus stuur je beste onderdaan en stuur ze maar naar mij
Waardig zal ik haar ontvangen in waardevol verloren tijd
Nee, mij zullen ze niet krijgen mij raken ze hier niet kwijt
Laat je oven maar goed branden, stook hem hard en lavaheet
Verbrand dan al mijn waardigheid, zodat ik badend in het zweet
Kan kotsen op het burgerlijk kan schijten op fatsoen
Laat het fosfor in mij maar branden, ik zou het zo weer doen
Mijn ballen vol met kanker sleep ik trots door kool en vuur
Ik bijt me vast in het bedorven vlees en drink salpeterzuur
Te sterk om te leven is te zwak om dood te gaan
Met de lucht zo dik als teer pis ik op een dode zwarte zwaan

Kom mij dan maar halen, maar kom maar niet alleen
Want ik zal je vermurwen van opperhuid tot mergbeen
Ik heb niets te winnen dan jouw zogenaamd aards genot
Ach ik heb jou wel in de smiezen jij misselijk hoofdengeltje van god
Jouw hartentroef dat ben ik zelf en mijn geloof in jou
Je tweede optie is venijn in de vorm van de vrouw
Je had me bijna tuk stuk verdriet, jij lamme tak
Jij smerig laf stuk vreten zelfvoldane kamelenzak
De messen en de dolken van mijn vrienden trek ik 
waardig uit mijn rug
Mijn bloed vloeit in de modder geel en zwart van de pus

Ik tart het lot, ik tart het lot, ik tart het lot och menne god oh god
Ik tart het lot ik tart het lot tot tot het vlees van mijn bot afrot
Ik tart het lot, ik tart het lot, ik tart het lot och menne oh god
Ik tart het lot ik tart het lot tot tot het vlees van mijn bot afrot

Ach, geef je toch gewonnen, ontmoet je meerdere en hier ben ik dan
Ze zwermen met hun kluitjes door het riet en het riet dat staat in brand
Voor de laatste echter betuig ik mijn respect de crème de la crème uit de hel
Een draak van een wijf spuugde mij haar vuur op mijn gewillig klokkenspel
Haar haren zwart als bitak haar lippen brandde rood
Haar tong die was gespleten, ja, het was de kleine zwarte dood,
de kleine zwarte dood, de kleine zwarte dood

Mijn roestvrij stalen hart erodeerde en werd zwak
Mijn hellebaard die zwaaide, ik zwaaide tot hij brak
Met mijn knieën tot in de modder mijn gezicht vol bloed en pus
Bezocht ik haar heksenkamer als een ware incubus
Dus droom nu maar lekker zwijmel fijn en slaap maar zacht
Doe je ogen dicht en je snavel toe en misschien wel tot vannacht
De aarde draait zich om in zijn toekomstige graf
De kraaien zwart als raven vliegen op en vliegen af
Mijn hart is leeg de maan is vol, en de avond die kleurt rood
En ik bedreef de liefde met de kleine zwarte dood, met de kleine zwarte dood
Met de kleine zwarte dood

Ik tart het lot, ik tart het lot, ik tart het lot och menne god oh god
Ik tart het lot ik tart het lot tot tot het vlees van mijn bot afrot
Ik tart het lot, ik tart het lot, ik tart het lot och menne oh god
Ik tart het lot ik tart het lot tot tot het vlees van mijn bot afrot.